Krijg ik een WW-uitkering na een VSO?
4 min lezen
Dit is een van de eerste vragen die werknemers stellen als ze een vaststellingsovereenkomst (VSO) krijgen. Het goede nieuws: in bijna alle gevallen heb je na een VSO gewoon recht op een WW-uitkering. Veel werknemers maken zich hier meer zorgen over dan nodig is. Wel moet de VSO goed zijn opgesteld.
Wanneer heb je recht op WW?
Het uitgangspunt is eenvoudig. Je hebt recht op WW, tenzij je zelf werkloos bent geworden of het je te verwijten valt dat je werkloos bent. Dat is bijvoorbeeld het geval als:
- je zelf hebt opgezegd, of
- je verwijtbaar werkloos bent, bijvoorbeeld na een ontslag op staande voet.
Bij een VSO is daar normaal gesproken geen sprake van. Je stemt weliswaar in met het einde van je dienstverband, maar dat maakt je niet verwijtbaar werkloos, mits de VSO de juiste afspraken bevat.
Wat moet er in de VSO staan?
Voor je WW-recht zijn deze punten belangrijk:
- Het initiatief ligt bij de werkgever. In de VSO moet staan dat je werkgever het initiatief tot beëindiging heeft genomen.
- Je valt niets te verwijten. De VSO moet vermelden dat er geen sprake is van een dringende reden of verwijtbaar handelen van jouw kant.
- Een neutrale reden. Bijvoorbeeld een bedrijfseconomische reden, of een verschil van inzicht over de invulling van je functie.
- De opzegtermijn is in acht genomen. De einddatum moet zo zijn gekozen dat je opzegtermijn is gerespecteerd. Is die termijn te kort, dan start je WW later.
Kloppen deze punten, dan heb je in beginsel gewoon recht op WW.
Hoe hoog is de WW-uitkering?
De eerste twee maanden ontvang je 75% van je loon, daarna 70%. Daarbij geldt wel een maximum: je loon wordt maar meegeteld tot het zogenoemde maximumdagloon.
Op dit moment (per 1 juli 2026) is het maximumdagloon EUR 309,91 bruto per dag. Omgerekend is dat ongeveer EUR 6.740 bruto per maand. De maximale WW-uitkering is dan:
- De eerste twee maanden: ongeveer EUR 5.055 bruto per maand.
- Daarna: ongeveer EUR 4.720 bruto per maand.
Verdien je meer, dan krijg je dus niet 70% van je eigen salaris, maar 70% van het maximum. In het hogere segment is de WW daardoor vaak maar een beperkt deel van je inkomen. Toch is het verstandig om je WW-recht veilig te stellen, bijvoorbeeld als het vinden van een nieuwe functie langer duurt dan gedacht.
Hoe lang krijg je WW?
Dat hangt af van je arbeidsverleden:
- Minimaal 3 maanden, als je in de 36 weken voor je werkloosheid minstens 26 weken hebt gewerkt.
- Langer dan 3 maanden als je in de afgelopen vijf jaar minstens vier jaar hebt gewerkt. Je krijgt dan grofweg één maand WW per gewerkt jaar voor de eerste tien jaar, en daarna een halve maand per jaar.
- Maximaal 24 maanden.
Let op: het kabinet wil de maximale WW-duur verder verkorten. Dat gaat op zijn vroegst per 1 januari 2029 in, dus voorlopig geldt het maximum van 24 maanden nog.
Wat moet je doen om WW te krijgen?
- Vraag WW aan bij het UWV. Dat kan vanaf een week voordat je arbeidsovereenkomst eindigt.
- Geef elke vier weken je sollicitatieactiviteiten door. Het uitgangspunt is minimaal vier sollicitatieactiviteiten per vier weken.
- Geef elke maand je inkomsten door. Ook als je geen inkomsten hebt.
Dat is het. Meer is er in de meeste gevallen niet nodig.
Waar kan het misgaan?
- Je bent ziek op het moment van tekenen. Dan kom je niet in de WW, maar in de Ziektewet. Het UWV kan je dan tegenwerpen dat je zelf hebt meegewerkt aan het verlies van je loondoorbetaling. Teken een VSO tijdens ziekte dus nooit zomaar.
- De einddatum is te vroeg. Dan begint je WW pas later.
- De VSO bevat een verwijtende formulering. Bijvoorbeeld een verwijzing naar een incident of je eigen wens om te vertrekken.
Meer over de VSO zelf lees je in VSO ontvangen? Dit moet je weten.
Doe de VSO-check
Wil je zeker weten dat je WW veilig is? Via de VSO-check op onze website upload je je VSO en je belangrijkste stukken. Wij beoordelen of we je kunnen helpen. Is dat zo, dan controleren we of je recht hebt op WW, of de einddatum klopt en wat er verder beter kan.
